|
In
de tijd, dat de Bierkade werd gegraven (vanaf 1615), was het bier
al lang de belangrijkste volksdrank voor jong en oud, rijk en
arm. Het bier werd in Den Haag gebrouwen; het kwam ook uit veel
andere plaatsen; als grote leveranciers worden genoemd de plaatsen
Bremen, Rostock, Breda, Rotterdam, Dordrecht en Haarlem.
|
De plaats Delft, waar ook bier gebrouwen werd, wordt niet genoemd
en misschien is dit te wijten aan de ruzie tussen Den Haag en
Delft. Delft beriep zich op een order van de Staten van Holland
uit 1531, waarin bepaald was, dat alleen in steden brouwerijen
mochten worden gesticht Volgens Delft dus niet in het dorp Die
Hage.
|
Pas in 1612 bereikte de Haagse magistraat een akkoord met Delft
over de vestiging van de brouwerij "De Ooyevaer" in
het Spuikwartier.
Aan de Dunne Bierkade werd vooral bier met een lager alcoholpercentage
verhandeld; dit bier werd ook wel schijnbier, kuitbier of scharrebier
genoemd.
|