De geschiedenis van de Badplaats Scheveningen begint in 1818 als de Scheveninger Jacob Pronk met toestemming van de gemeente Den Haag een houten badhuis opricht ongeveer ter hoogte van het huidige Kurhaus en ongeveer een kilometer verwijderd van de plaats, waar Scheveningse vissers de dagelijkse beslommeringen bespraken: het kalhuis. In 1820 wordt dit gebouwtje vervangen door een stenen gebouw.
De zaken gaan zo goed, dat de Gemeente Den Haag besluit aan de stadsbouwmeester Zeger Reijers de opdracht verstrekken om een groot stedelijk badhuis met logiesmogelijkheden te ontwerpen.
Het wordt een gebouw in classicistische stijl. Jacob Pronk wordt voor zijn verdiensten beloond met een gouden handdruk. In 1828 wordt het Stedelijk Badhuis geopend.

Omstreeks februari 1844 wordt Adrien Eugène Maas eigenaar van het Heerenlogement aan het begin van de Keizerstraat. Op 10 mei 1844 wordt in het Dagblad van Zuid-Holland en ’s Gravenhage het volgende bekend gemaakt: ‘Te beginnen met den 12 mei aanstaande, zal men te Scheveningen, op ieder uur van den dag, kunnen gebruik maken van warme zeebaden, in de Badinrigting, vroeger toebehoorende aan den heer Logher, thans aan den heer A.E. Maas’; het krijgt de naam Zeerust. In de felle concurrentiestrijd met het Stedelijk Badhuis, moet Maas het onderspit delven: hij sluit in 1862 zijn badactiviteiten.

In 1883 verwerven de heren L.G. Coblijn en M.A. Reis het Stedelijk Badhuis in erfpacht . Zij richten de Maatschappij Zeebad Scheveningen (M.Z.S.) op. In 1884 wordt het oude Stedelijk Badhuis afgebroken en op dezelfde plaats wordt op 11 juli 1885 het Kurhaus geopend. In 1886 brandt het Kurhaus tot de grond toe af. Maar het herrijst in 1887 in nieuwe glorie.

Intussen is in 1858 Hotel Garni (het latere Grand Hotel) gesticht en in 1873 verrijst daar waar nu de Oranjeflats staan Hotel d’Orange; in 1901 wordt door Prins Hendrik het Wandelhoofd Wilhelmina geopend. Op 14 juli 1902 is de Exploitatie Maatschappij Scheveningen (EMS.) opgericht; een trustmaatschappij, die al snel een meerderheidsbelang in de M.Z.S. verwerft. De EMS. stelt op 16 juli 1904 het Place Hotel voor het publiek open. De EMS. exploiteert alle belangrijke hotels, m.u.v. het in 1876 geopende Hotel des Galeries.

Nadat het Wandelhoofd Wilhelmina in 1943 een prooi is geworden van de vlammen, krijgt Scheveningen in 1961 een nieuwe pier. Bij de bouw van deze pier zijn ook de Verenigde Aannemingsmaatschappijen van Zwolsman betrokken. Zwolsman koopt aandelen EMS en verwierf een aanzienlijk belang. Op 29 januari 1962 verkrijgt hij de volledige zeggenschap over de EMS. De belangstelling van de Zwolsman-groep ligt niet bij het exploiteren van grote Scheveningse hotels en dat blijkt al spoedig. Het Palace-Hotel wordt gesloten (1965), het Circustheater gedeeltelijk gesloopt (1966), Grand-Hotel en Savoy Hotel worden gesloten(1970). Hotel des Galeries gaat in 1971-1972 tegen de vlakte en het Kurhaus wordt gesloten (1972). Het Bredero-consortium neemt in 1973 alle Scheveningse bezittingen van Zwolsman over; de sloop zet door: Grand-Hotel in 1974, Palace-Hotel in 1979, Seinpost in 1976.

Dankzij de weerstand van de bevolking blijft het Kurhaus gespaard en wordt het herbouwde Kurhaus in 1979 geopend. In 1982 volgt de Palacepromenade.

Tegenwoordig wordt een aantal gebouwen beheerd door Beheerskantoor Scheveningen B.V. Deze besloten vennootschap beheert o.a. de Palacepromenade, de boulevardwinkels en restaurants ten noorden van de Palacepromenade, drie parkeergarages en nog een aantal andere onroerende goederen. . Op 28 september 1977 bestaat het Beheerskantoor Scheveningen B.V. al, want op die dag meldt de heer J. van Doorn, dat zijn kantoor het “Gouden Boek” heeft aangekocht. Opvallend is, dat vrijwel altijd wordt gesproken over de ‘badplaats’ Scheveningen. Vandaar ook, dat deze website de naam
badplaats-scheveningen draagt.